Belastingen: niet leuk en niet makkelijk

Twitter 27 maart 2011 :

http://blogs.vn.nl/boeken/wp-content/uploads/Micha.jpg

Bovenstaande blog trof ik vanochtend aan in mijn twittercontent. De betreffende brief steekt de draak met een bankier. Die in het recente verleden zijn baan heeft kunnen behouden als gevolg van een immense belastinginjectie. Door de overheid. Een man die luttele jaren later kennelijk van mening is, dat hij zich exorbitant moet kunnen verrijken uit diezelfde belastingopbrengsten.

Mijn gedachten gaan terug naar het verjaardagsfeestje van gisterenavond.  En ik begreep al snel dat je op een dergelijk festijn, een functie van bankbobo beter voor je kunt houden.

Het woord ‘zakkenvullers’ was niet van de lucht en ik ging de diepere betekenis van dat woord almaar beter begrijpen. Want in zíjn gemeente, en nu citeer ik, ‘zou één van de wethouders wegens nonfunctioneren met ‘wachtgeld’ zijn gegaan’. Mijn gesprekspartner meldde erbij, ‘dat de privéonderneming van betreffende bestuurder bij diens aantreden op naam van zijn echtgenote was gesteld.  Het hele dorp zou ervan af weten, grinnikt erover en toont zijn ergernis tijdens verjaarsbezoeken. Om vervolgens de schouders op te halen: ‘Het zijn nu eenmaal zakkenvullers’. Einde citaat.

In mijn beleving wordt té veelvuldig op deze wijze aangekeken tegen de politici uit verschillende geledingen. De verdenking treft helaas ook degenen, die het juist goed voorhebben met het maatschappelijk belang en daarmee ‘integer’ zijn. 

Daar komt bij dat de hedendaagse politiek en het gecommercialiseerde bankbedrijf teveel op één grote hoop worden gegooid; kennelijk een verschijnsel van de  laatste vijftien tot twintig jaar. Want verleden week nog meldde mijn ochtendblad dat de grote bankbedrijven tot halverweg de jaren ’90 op ambtelijke, terughoudende wijze werden geleid. Thans is de bankwereld  (gelukkig geldt het niet voor alle) besmet geraakt en ‘verdacht’ door het grote publiek.

Tussen politiek en bank is het onderscheid sinds de bankinjecties van twee jaar terug, inmiddels behoorlijk zoek. In beide gaat veel geld om, dat is betaald door ‘de belastingbetaler’. Persoonlijk heb ik er altijd op willen vertrouwen, dat Belasting wordt ingebracht door burger en bedrijf, om het landsbestuur én de landsinrichting te bekostigen; dat Belasting een kostenpost is, die voor de landelijke baat uitgaat. 

Maar opmerkelijk genoeg is de ‘baat’ allang op, alvorens de ‘besteding’ heeft kunnen plaatsvinden. Want sedert een dik jaar prijkt een lacune van tientallen miljarden in de landsbegroting. En is het VVD/CDA-kabinet Rutte druk aan het stoppen geslagen, om het gapende gat met lelijk grote steken te dichten. Geen idee op welk moment er opnieuw ‘bestedingsruimte en begrotingsevenwicht’ zullen ontstaan.

Terug naar de Belastingdienst en de Belastingbetaler. ‘Leuker kunnen we het niet maken’, houdt de Belastingdienst mij jaar na jaar voor, ‘maar wel makkelijker’.  Dat laatste betwijfel ik, inmiddels in de veronderstelling geraakt dat míjn belastingbijdrage in de zak van een topbankier kan verdwijnen.

Hoezo makkelijk, wanneer ondanks ‘de crisis’ wederom geen Rijkswet is afgehamerd, die dit soort zelfverrijking juridisch afstraft? Terwijl het gewezen AMRO-Banktalent ‘Rijkman’ Groenink met 26 miljoen aan Rijksbonus onbelast op Bonaire kan bivakkeren. Kan het waar zijn, dat voornoemde wethouder ‘niets te maken valt’, omdat  slimme juridische constructies voldoen, om het gemeentebestuur met een commercieel bedrijf te kunnen combineren.

Roddelverhaal? Wie weet? Maar het grote publiek toont zich veelvuldig negatief over zijn bestuurders en heeft weinig vertrouwen in hun handelen. Dat maakt het betalen van belastingen er niet leuker op en ook niet gemakkelijker. Want je hebt toch geen idee meer waar ‘je geld’ blijft!

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*