Biedt toekomstnota ruimte aan de boer?

Na zes weken ‘voorliggen’, zoals dat heet in ambtelijk gemeentejargon, heeft de Biltse structuurnota 2030 in 6 weken 18 reacties  opgeleverd. In hoeverre agrarische ondernemers zich hebben geweerd in reactie op het concept, is de vraag. Komende maand houdt het college alle inbreng en mogelijke bezwaren tegen het licht. In de aprilvergadering zal de raad zich erover buigen.

De gemeentelijke conceptnota baart Groenekanse de melkveehouder Teus Spelt en zijn collega’s, de nodige zorgen over de ruimte en toekomst die de lokale agrarische sector zal overblijven. In de ontwerp-structuurvisie 2030 is de kern Westbroek aangewezen als agrarisch uitbreidingsgebied. Groenekan is ook zo’n kern. Gemeente De Bilt is uit een zestal kernen samengesteld. Biedt de concept-aanwijzing van Westbroek voldoende bedrijfszekerheid voor de plaatselijke sector? En wat te doen met het melkvee in Groenekan zelf?

‘Gemeente De Bilt moet laten zién dat ze voor de boeren kiest’, vindt Spelt die behalve melkveehouder plaatselijk bestuurder is van de agrarische belangenclub LTO –Nederland. Zijn ouders ‘boerden’ in de  jaren veertig al op de huidige bedrijfslocatie, vlak aan het spoor tussen Bilthoven en Utrecht.  

Tien jaar geleden, vóór de gemeentelijke herindeling, viel Spelts bedrijf binnen de grenzen van de voormalige gemeente Maartensdijk. Hij is niet ontevreden over het huidige bestuur dat vanuit Bilthoven opereert. Maar op een discussieavond eind vorig jaar, georganiseerd door fractie GroenLinks/PvdA, over de inrichtingsplannen voor 2030, voelde de boer zich in de kou gezet. Want daar werd volgens hem het gemeentelijke platteland vooral bekeken door een recreatieve en landschapsbeherende bril. En sinds hij de grondconcurrentie aanmoest met de buurman die Stichting Het Utrechts Landschap heet, ligt zoiets nogal gevoelig.

Spelt moest het gezelschap, waaronder gemeentelijke politici er nadrukkelijk op wijzen dat ook de lokale veehouderijsector een aandeel in de toekomst verwacht. ‘Als de gemeente niet nadrukkelijk kiest voor agrarische sector, dan is het hier afgelopen. Wij kunnen niet bestaan van agrarisch natuurbeheer alleen. De subsidie daarvoor wordt afgebouwd. Doodzonde: ik heb de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan het beheer van de slootkanten. Kreeg daarvoor een vergoeding voor gederfde inkomsten. Maar volgend jaar moet ik diezelfde slootkanten omploegen, want ik heb die strook nodig om mijn bedrijf te kunnen voeren.’

Teus Spelt noemt de landbouw in zijn gemeente de borg van een vitale platteland. Wij houden de regio groen en zorgen ervoor dat het klassieke landschap in stand blijft. ‘Maar gun ons dan ook een bedrijfsvoering. Er staat een aantal opvolgers klaar voor de bestaande landbouwbedrijven’, weet hij.  ‘Hooggeschoolde jongens en meiden met minimaal HBO. Maar die moeten wel over een minimale bedrijfsgrootte kunnen beschikken, van 40 tot 50 hectare. Het liefst aaneengesloten gebied, dat werkt efficiënter en spaart brandstof.’

Veel oudere boeren stoppen met het bedrijf, en de grond komt te koop. Dat kan uitbreidingsruimte betekenen voor buurbedrijven. Maar is die grond nog te betalen, of zullen projectontwikkelaars of grondspeculanten de prijs tot onbetaalbare hoogte opdrijven?

Wordt vervolgd.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*