Bij de dood van een berk

Hij staat er niet meer. Is tot maaiveldhoogte afgezaagd. Nadat hij de eerbiedwaardige leeftijd van zestig jaren heeft bereikt. En dat is oud voor een berkenboom. Gedurende de vijf jaren dat ik dit huis bewoon, deed hij een aanslag op mijn uitzicht. Maar dat de gigant ‘geveld’ is, want dat woord mag ik wel gebruiken, voor een boom van 20 meter hoog, knaagt toch wel een beetje. Hoewel, vreemd genoeg: al na een dag viel niet meer op dat hij er ooit had gestaan.

Volgens overlevering in de buurt en op basis van zijn jaarringen, is hij 6 decennia terug geplant in een voormalig Bilts weiland door een toenmalig plaatselijk boomkweekbedrijf. Waarschijnlijk in opdracht van het gemeentebestuur, dat tien jaar later opdracht gaf tot de woonwijk waar ik nu woon. Daarmee werd de berkenboom ingekapseld in een achtertuin. De koper van de woning kreeg hem gratis en voor niks op zijn grondgebied. En heeft hem alle ruimte geboden. Gedurende 58 jaar werd hij zelfs nooit gesnoeid. Dus de berk bezat takken als boomstammen.

Geen idee hoeveel huiseigenaren vóór mij vanuit de keukendeur de berk van hun achterbuurman almaar verder zagen opschieten. Niet alleen in de hoogte, maar nadrukkelijk ook in de breedte.  Want het enorme wortelstelsel spreidde zich wijd uit en zorgde in de nabije omgeving voor opbollende tegelpaden en slecht sluitende tuinpoorten.  En verstopte dakgoten. Berk strooide afgestorven takken in de vorm van nesten achteloos door de buurt. Een stortvloed van plakkerig zaad in de zomer en afstervend blad in het najaar. Niet voor niets is ‘vuilboom’ zijn weinig eervolle bijnaam. Ik heb me vaak afgevraagd welke bedoeling de gemeente heeft gehad, met de opdracht tot aanplant van berkenbomen in heel De Bilt-Oost.

Het vellen van ‘de mijne’ had tot gevolg dat ik, voor het eerst, kon zien dat er een tweede exemplaar staat, van het zelfde formaat in een binnentuin verderop in het huizenblok. Van een afstandje gezien best een mooi gezicht. Of ik de overleden berkenboom zal missen? Dat valt nog te bezien. Hoog zomer bood hij een uurtje schaduw op het Zuid-Oosten. Hoe aangenaam dat is geweest, zal ik in de komende maanden meemaken. En dan zijn enorme bladerdak. Het was enerzijds een last; ik blééf bezig met stapels blad van mijn buitenschuur te schrapen. De waterafvoer naar de regenton was constant gestremd. Maar de grote hoeveelheid berkenblad betekende in het najaar een schat aan humus. Ieder najaar verzamelde ik zorgzaam kruiwagens vol voor de compostbak. De allerlaatste lading ligt nu op de tuin, in afwachting van de regen die lang op zich laat wachten.

Mijn achterbuur, nu eigenaar van een tuin vol brandhout, heeft mij een flinke plak berkenboom geschonken, getooid met 60 jaarringen. Een schijf zo groot dat hij als buitentafel kan dienen of als insectenhotel. Zo laat de berkenboom na zijn dood een stukje herinnering na in mijn tuin.

 

 

 

 

2 Reacties