Citoblues?

Het zijn spannende tijden in Biltse gezinnen met een Achtste Groeper. Aanstaande dinsdag is het weer tijd voor Citotoets. Daarmee zal op ruim 7000 Nederlandse basisscholen, waaronder alle Biltse scholen, behalve De Werkplaats, worden uitgewezen wie geschikt is voor HAVO/VWO en wie naar het VMBO gaat.

Al tien jaar voelt het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs, daar staat de afkorting VMBO voor, aan als de restcategorie, soms zelfs de ‘ afvalput’ van het Nederlandse voortgezet onderwijs.

Hoe kom ik toch aan dat idee? Zou dat komen omdat in dit leerplan uit 1999, de vakspecificaties van het voormalige MAVO (Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs), LTS (Lagere Technische School) en Huishoudschool/InAs (Inrichtingsassistent) heeft opgeheven. Komt het doordat het VMBO door uiteenlopende sociaal- maatschappelijke oorzaken geen goed imago heeft? Komt het soms doordat de naam zo nietszeggend is.

Het VMBO wordt, en dat is niet onbegrijpelijk, door veel ouders geassocieerd met een hoge graad van uitval in relatie tot een aanmerkelijk percentage allochtone leerlingen en weinig doorstroommogelijkheden. Om die laatste reden heeft de landelijke pers het bij voortduring over een ‘ fuik’ . Conclusie: op het VMBO loop je vast of val je uit. Een dergelijk oordeel kan moeilijk als een uitnodiging worden beschouwd.

Het VMBO-imago is niet goed en dat is jammer. Dat kan onze minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, niet zomaar wegpoetsen wanneer hij volgens ochtendblad Trouw zou hebben gesteld: ‘ …tweederde van de Nederlandse kinderen gaat naar het vmbo en wordt daar opgeleid tot prachtige beroepen van meubelmaker tot buschauffeur.’

In 1973, 36 jaar geleden, deed mijn hoofdmeester zijn uiterste best om zoveel mogelijk van zijn leerlingen op te stuwen naar het gemeentelijke lyceum voor HAVO, Atheneum en Gymnasium. Zo heette destijds het huidige College, waar nu ook VMBO deel van uitmaakt. In mijn klas waren dat zeven van de 14 leerlingen. Die 50 procentprestatie straalde wel degelijk ook op hem af.

Toen, de Citotoets bestaat al sinds 1969, gold net als nu, dat kinderen die geen MAVO-advies haalden, kinderen waren die ‘niet goed konden meekomen.’ In die ‘ restgroep van ’73’, zat een jongen die uitstekend kon tekenen. Als klasgenoot en eveneens getalenteerd tekenaarster, wij zaten naast elkaar en scoorden als enigen achten en negens bij dat vak, vond ik dat in hem een professionele striptekenaar zou kunnen schuilen. Zijn Citoresultaten waren jammergenoeg geen succes; het vak tekenen werd niet getoetst. Hij ging naar de LTS (de lagere technische school) en is vrachtwagenchauffeur geworden. Onlangs trof ik hem op een schoolreünie. Hij vertelde me dat hij met succes was gaan schilderen en zijn talent had herontdekt. Met de juiste begeleiding en tijdig oog voor zijn specifieke talent, had dat geen decennia hoeven te duren.

Minister Plasterk grijpt de Citotoets nu aan om het VMBO ‘ prachtig’  te noemen. Het programma ‘De School van Prem’ staat voor de gelegenheid uitgebreid in de belangstelling. Deze serie lijkt ook wel weer bedoeld om te bewijzen dat alle kinderen in de vaart der kennis opgestuwd moeten worden. Op naar Havo en VWO want gelijke kansen voor iedereen! Zeker de kinderen van allochtone ouders. ‘ Haal eruit wat erin zit!’

Ik zou zeggen: ‘ Maar heb daarbij ook aandacht voor talenten die niet opstomen naar hogeschool of universiteit!’  Niet alleen omdat ze daar de brains niet voor hebben, maar domweg omdat hun interesses en talenten ergens anders liggen. De samenleving drijft niet uitsluitend op dokters en advocaten. Net zoals kinderen die een HAVO/VWO-diploma in de wacht slepen willen kinderen die een VMBO-advies krijgen ook horen dat hun leerkracht en ouders trots op ze zijn.

Minister Plasterk zou de loftrompet voor ‘de prachtige beroepen’ niet uitsluitend tijdens de Cito-periode moeten steken maar jaarrond. Dat zou bij ouders en kinderen een hoop spanning kunnen wegnemen. Nog beter zou het zijn wanneer gericht aandacht zou zijn voor specifieke (beroeps) talenten. Ieder kind heeft immers een talent, op grond waarvan het zelfvertrouwen opbouwt en een bewuster keuze kan maken. Overigens is het nog niet gezegd dat een slim kind met VWO-advies automatisch geschikt is voor de universiteit. Een leerlingvolgsysteem zou meer  onderscheidende factoren kunnen bevatten dan bij voorkeur de ‘hoofdzaken’ lezen en rekenen? Niet in de laatste plaats omdat een een gerichter, meer specifiek schooladvies kindvriendelijker is.

Vorige week schreef ik over mijn lekke dak. Opnieuw had ik vaklieden over de vloer sinds ik een jaar geleden een huis heb gekocht dat nogal wat restauratiewerkzaamheden vraagt. Dit keer was het de dakdekker, nadat in het najaar de loodgieter mijn lekke dakgoot opnieuw had moeten bekleden.  De timmerman en de schilder zag ik dagelijks aan het praktische werk. Allemaal mensen die, zoals minister Plasterk meldt, ‘een prachtig beroep’ hebben. Ik kan het daar alleen maar mee eens zijn. Het zijn niet alleen prachtige beroepen maar er is ook altijd vraag naar. Bovendien verdient het ook nog eens als een tierelier. Al die mensen die bij mij over de vloer komen, hebben die technische basisopleiding die vandaag de dag onder de te brede noemer VMBO wordt gevangen. Eigenlijk ben ik een beetje jaloers op wat zij allemaal met hun handen kunnen.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*