dertig kilometer zone

Ik woon met mijn basisschoolkind binnen de vierhoek Soestdijkseweg, Looydijk, Hessenweg en Groenekanseweg. Het heet een wijk te zijn waar niet meer dan 30 kilometer per uur gereden mag worden. Nooit iets van gemerkt.  Tot ik er op werd geattendeerd, juist op het moment dat ik eens bij de verkeersambtenaar van de gemeente wilde gaan informeren of  het daar niet eens tijd voor was.

Toen ik ging zoeken naar het bewijs bleek er warempel een bordje te hangen  bij de entree van de Sint Laurensweg vanaf de Groenekanseweg, bevestigd aan een paal. Het hing op een dusdanige hoogte dat uitsluitend fietsers en voetgangers het bordje kunnen zien. De automobilist voor wie het  bedoeld is, zal er onderdoor kijken.

Eventuele andere bordjes heb ik nog niet gesignaleerd.  Ik zal dus niet de enige  zijn die nog niet weet dat in mijn wijk een snelheidsmaximum geldt van 30 kilometer. Temeer omdat de straten in mijn wijk uitnodigen om het gaspedaal gemakkelijk wat dieper in te duwen. Daar doen de schaarse en uitermate flauwe verkeersdrempels niets aan af. En da’s jammer in een zeer kinderrijke wijk als de mijne.

Dat brengt mij op een volgend punt:  kindvriendelijk verkeer. In beginsel heb ik weinig last van autoverkeer in mijn rustige wijk.  Die rust is voor kinderen heel verleidelijk. Maar ook verraderlijk, want juist dán vormt iedere  automobilist die te snel rijdt een gevaar.  

In Vlaanderen worden automobilisten  met waarschuwingsborden ín de straat er op aangesproken zich voor te bereiden op de aanwezigheid van spelende en schoolgaande kinderen. Da’s veel directer dan een abstract en weinig zeggend 30 kilometerbordje aan het begin van de wijk.

Overigens wekken verkeersdrempels als die in Groenekan en Westbroek zoveel indruk, dat je als chauffeur inderdaad ‘in de remmen gaat’.  Ze kúnnen dus wel hoger in De Bilt.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*