Duurzaam bestaan

Drie weken geleden begon ik aan een verhaal over ‘duurzaamheid in De Bilt.’  Het was net als nu warm op mijn werkzolder. Het dakraam stond open, mijn fan op de hoogste stand.  Mijn zoontje en ik waren net terug van dag twee van de Avondvierdaagse en met één oog op de klok had ik hem in bad en bed gestopt:  er moest nog gewerkt worden. Toen ging de telefoon.

Het was ‘Ans’ van Amivedi. Ze had een heel vervelende mededeling voor me: ‘Onze kater Fax was overreden’. Ik had Ans in het verleden een heel aantal keren bezorgd gebeld. Hij heeft zelfs ooit als vermist de Biltse Courant gehaald.  Onze Fax, eigenlijk nog een kitten, was namelijk nogal een zwervend type. Een allemansvriend, die iedere voorbijganger letterlijk ‘aansprak’.  Bij ons thuis had hij immers geleerd dat direct op zijn gemekker werd gereageerd. Wij deden op bevel de deur voor hem open en bedienden hem als hij aangaf trek te hebben. Geklepper van het kattenluik? Dan volgde meteen een nadrukkelijk ‘ mwauw!’ Dat betekende ‘hoioi, ik ben er weer’.  Ik heb hem altijd weer laten gaan.  Fax was en bleef een buitenkat met zwerversbloed.

Onze Fax is in zijn korte leven een groot aantal nachten niet thuisgekomen. Nachten dat het heel koud kon zijn. Dan was ik vreselijk ongerust. Heb zelfs eens een nacht op de bank doorgebracht in de hoop dat ik hem zou horen, wanneer hij voor de deur zat.  Hij meldde zich soms bij wildvreemden aan de deur. Omdat het zo’n lieverd was lieten mensen hem binnen slapen.  Via de dierenarts, ik had hem laten chippen,  kwam hij dan weer thuis. Ik heb wel eens gegrapt dat we hem een oranje fietsvlaggetje aan zijn staart moesten binden.

Hij meldde zich altijd weer terug. Zat soms om tien uur ‘s avonds op de houten bank voor het huis. Heel verontwaardigd te doen, dat de voordeur nog steeds niet voor hem geopend was.  Hij was ongeschonden zijn eerste jaar doorgekomen en ik was al veel minder bezorgd om hem toen het telefoontje kwam.

Doodgereden op de Groenekanseweg. Fax was mijn eerste echte eigen kat geweest. Vanaf 10 weken was hij bij ons, samen met mijn zoon en mij in het nieuwe huis getrokken.  Het leek wel of we hem tien jaar hadden gehad, in plaats van maar één.  Ik heb het Menno meteen maar verteld. Tranen natuurlijk, met tuiten. Menno met Fax op schoot:  je kon ze samen uittekenen. We hebben hem een stijlvolle begrafenis gegeven, met een echte steen. Dat heeft Menno veel goed gedaan.

Sinds een week is Jet bij ons, een spierwitte poes van 9 weken. We hadden Jet bedoeld als kameraadje voor Fax maar ze hebben elkaar nooit ontmoet. Jet is een dondersteen net als Fax, maar veel slimmer.  Als zij boven in de boom zit klimt ze er zelf ook weer uit. Fax heeft heel wat uren van bovenaf zitten mauwen, omdat hij niet meer naar beneden durfde. We spreken Jet om de haverklap met ‘Fax’ aan.  Zal nog wel even duren. Ik hoop maar dat Jet wat meer bij de deur wil blijven dan haar broertje. Want dat is hij hoogstwaarschijnlijk. We willen zo graag dat haar bestaan en verblijf bij ons wat langer duurt.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*