Groenbelasting

Kijk, daar is de zon! Opeens valt het me op hoe armzalig mijn tuin erbij ligt. Volkomen overwoekerd door klimop, uitgebloeide rozen, bamboe die zover is uitgegroeid dat de schuur, die er toch achter moet staan, niet meer te zien valt. Het eens zo kunstzinnig aangelegde terrasje in de voortuin wordt met archeologische precisie blootgelegd door mijn gade. We wisten niet eens dat het er lag. Dit wordt namelijk ons eerste voorjaar in deze tuin. Arme ontwerper. Hij of zij heeft er ongetwijfeld hoogstaande plannen mee gehad. Wees gerust, oh tuinarchitect: wij hebben de restauratie stevig ter hand genomen.

Valt nog niet mee, zo’n tuin ruimen. De snoeischaar is inmiddels zo duchtig gebruikt dat de veer volledig is opgerekt. Logisch, hij heeft een balkonverleden. Net als mijn rug- en handen. Toch blijk ik de kunst van het spitten nog niet verleerd: spa in de grond, dan met twee voeten erop gaan staan, van voor naar achter bewegen, spa en kluiten omslaan. Tot slot de betreffende kluit met  de spa in vieren delen en de wortelstelsels verwijderen.

Verbazend wat er onder die brokken aarde en wild gras is uitgekomen: bloembolletjes op de grens van ontluiken, rozenscheuten die tot dusver geen enkele kans tot wasdom hadden gekregen. En niet te vergeten, al die kronkelende pierenkolonies die sinds jaren het daglicht kunnen zien.  Het is op slag een drukte van belang in de tuin. Ik heb er trouwens nog niet eerder zo’n hoeveelheid vogels tegelijk gezien.

Een merel stort zich met smaak op wat mijn spitwerk heeft opgerakeld.

Dat is nogal wat. De hoeveelheid tuinafval op mijn gazonnetje achter stijgt met de dag. Tussen het spitten door doe ik een graai in  de vijver. Ook hier een rijke oogst, ditmaal aan bruine drab. Met een boog slinger ik het op de almaar groeiende composthoop achter mij. Aangezien het stoepje in de voortuin ook al vol ligt begin ik mij af te vragen hoe ik dat alles afgevoerd krijg naar een groene bestemming.

Ik bedenk een simpele oplossing, althans dat vind ik zelf. Ik bel de gemeente om het op te halen. Immers, je kunt toch ook bellen  je de garage hebt uitgemest en met een overschot aan, zoals dat heet: ‘grofvuil’  zit.

De telefoniste van de gemeente verbindt mij door met de beheerder van de Milieustraat. Die trekt echter geen automatische parallellen tussen grof vuil en ‘ groen afval’ . In het laatste geval mag ik het ofwel zelf komen afleveren of tot 3o maart wachten. Op die dag zal het ‘ grof tuinvuil in alle gebieden’  worden afgehaald. De toelichting van de Biltse afvalkalender is wat beperkend: het ‘grove tuinvuil’  dient, en dat is Bilts gemeentebeleid,  in bundeltjes snoeihout aangeboden te worden. Maar wat er bij mij in de achtertuin ligt voldoet niet aan de gewenste handzame voorwaarden.

De Milieustraat laat bij monde van zijn woordvoerder weten, dat nu eenmaal gemeentelijk  is afgesproken dat grof grijs vuil twaalf maal per jaar wordt opgehaald en grof groen tweemaal. Nee, laat de gemeentelijke belastingambtenaar desgevraagd weten:  een ‘ groenbelasting’  is er niet in De Bilt. Onderscheid naar grijs of groen wordt op de plaatselijke fiscale burelen niet gemaakt. Ik speel met de gedachte om mijn groen dan maar als grijs aan te bieden, maar ik vrees dat ook die optie niet wordt geaccepteerd. Er rest mij slechts om een zogeheten ‘ big bag’  aan te schaffen, op eigen kosten uiteraard, en die op de 30 e maart, met een tonnen wegende groene vulling, naar de straat te slepen. Ben benieuwd hoe ze zo’n gevaarte aan boord van de vuilniswagen willen hijsen.

Ooit een merel zich zien verheugen in het resultaat van een opgeruimde garage of leeggehaalde zolder?

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*