Heeft structuurvisie voor 2030 wel zin?

‘Gemeenten hebben de wettelijke plicht om een ruimtelijk kader op te stellen voor toekomstige gemeentelijke projecten en ontwikkelingen’. Schrijft Frank Klok in De Vierklank van 27 april jl.  In opdracht van het nieuwe ministerie van Infrastructuur en Milieu (voorheen VROM) ontwikkelt het Biltse bestuur een toekomstbeeld met de naam ‘Structuurvisie 2030′.

In samenspraak met zogeheten klankbordgroepen en sleutelfiguren uit de vijf Biltse kernen, schetsen Raad en College gedurende dit lopende jaar, hoe de gemeentelijke ruimte er anno 2030 uit moet gaan zien. Met name wordt prijs gesteld op de inbreng van de jongere generatie Biltenaren. ‘De Bilt inrichten met het oog op 2030′;  dat is nogal een ambitie in deze almaar sneller veranderende tijden.

Begrotingen delen

Opmerkelijk is, dat juist waar het gaat om verkeersstromen en infrastructurele projecten, onze gemeente De Bilt zich graag verbindt met een tiental andere gemeenten in de BestuursRegioUtrecht. Ook elders in Nederland blijkt dat gemeenten ertoe overgaan om beleidstaken in de gezamenlijkheid van stadsregio’s uit te voeren. De vraag is trouwens of die samenwerking tot financiële bezuiniging op uitvoering zal leiden.

Juist infrastructuur houdt niet op bij gemeentelijke grenzen. In haar poging om het RIVM, dat plannen heeft voor verhuizing naar Utrecht, voor De Biltse life-science-as te behouden, benadrukt het College de goede bereikbaarheid vanaf de provinciale weg.

In deze zuinige tijden zullen ruimtelijke projecten bij voorkeur worden omgeslagen over meerdere gemeentelijke begrotingen. Daarmee lijkt een tot de gemeente beperkte structuurvisie, zoals die thans in De Bilt wordt ontwikkeld, al achterhaald nog voor hij is afgerond. Er bestaan plannen voor bestuurlijke samenwerking tussen de huidige provincies Noord Holland, Utrecht en Flevoland. Een samenwerking die zonder twijfel vooral ruimtelijke ordening, verkeer en landinrichting zal betreffen.  

Zelfbescherming

Het lijkt verstandig en veilig, dat een relatief kleine gemeente als De Bilt een overzichtelijke toekomstvisie maakt, waarin ze aangeeft hoe ze er over 20 jaar uit wil zien. Al is het maar uit ‘zelfbescherming’. Tegelijkertijd is het zinnig zich te realiseren, dat steeds minder gemeenten het eeuwig leven hebben. Nog onlangs maakten onze Utrechtse ‘buren’ de geboorte mee van de samenwerkingsgemeente ‘Stichtse Vecht’. Wie had ooit gedacht, dat een internationaal en historisch vermaarde plaats als Breukelen nog eens bestuurlijk ‘opgeslokt’ zou worden?

In 1989 zag de natuurvisie Ecologische Hoofdstructuur (EHS) het levenslicht, waarmee nationaal ingrijpende landinrichtingsdoelen werden gesteld. Met daaraan gekoppeld nauw omschreven budgetten, om middels natuurontwikkeling verbindingszones te creeëren. Zodat in het wild levende dieren zich vrijer zouden kunnen bewegen.  

Inmiddels is bewezen, dat zelfs dergelijke veelbelovende visies en daaraan gekoppelde projecten, in het zicht van de haven kunnen stranden, door sociaal maatschappelijke strubbelingen en bezuinigingsdrift. Zolang lange termijnplannen, zoals nu in De Bilt ontwikkeld, ‘onderuitgehaald’  kunnen worden alsgevolg van de politieke verhoudingen in latere decennia, heeft het weinig zin om ze te maken. 

Natuurlijk is het zeer gewenst en volkomen legitiem, om flexibele lijnen uit te zetten voor een gemeentelijke toekomst. Maar daarnaast zijn garanties op uitvoering nodig.  Zodat het kind met de naam ‘Structuurvisie 2030′, tegen de tijd dat het volwassen is,  niet alsnog met het badwater wordt weggegooid.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*