In de praktijk

Je realiseert je pas wat het betekent om ziek te zijn, als je het bent. En  niet een beetje ziek maar pijnlijk en uitputtend ziek. Terwijl het gaatje van de griepinjectie nog maar nauwelijks is geheeld en de sneeuwstormen rond het huis gieren.  Met ‘het ergste’ achter de rug klinkt het bijna romantisch.

Gepamperd met kalmerende zalven en oliën en tot aan de strot afgevuld met pijnstillers en vitamine C lig ik in bed. De voeten elektrisch verwarmd.  Ik realiseer me dat mijn  ziektegeval feitelijk  niet zoveel voorstelt. Want ziek zijn kan veel erger, langduriger en pijnlijker.  Stel me voor dat ik twee eeuwen geleden geboren zou zijn.  In een tijd zonder antibiotica, pijnstillers, noodzakelijke hygiëne,  schoon water, centrale verwarming, of telefoon om de dokter te bellen.

‘Wat moet dat erg geweest zijn’,  mompel ik met ongetwijfeld van afschuw vertrokken gezicht tegen de huisarts. Haar reactie is opgewekt  zakelijk.  ‘Jazeker,  maar toen werden de mensen lang niet zo oud als nu’.  Wazig staar ik naar het plafond en zet ‘s op een rij wat er, toen der tijd, op medisch gebied nog meer niét was.

Je had toen nog geen ziektekostenverzekeraars, die elkaar zo vlak voor 1 januari 2013 tot op je deurmat beconcurreren. Wat zou dat kósten, al die ingekochte publiciteit waarmee verzekeringsbedrijven in alle media beweren de zorgvuldigste en  goedkoopste te zijn? Publiciteitskosten die ongetwijfeld worden doorberekend in de basispolis van iedere zorgverzekerde Nederlander.

Ooit had je de chirurgijn. Die was ván en óp alle markten thuis. Deze generalist beheerde een praktijk die uiteenliep van haren snijden, breuken zetten en onverdoofd tanden trekken, tot aan het brouwen van geneeskrachtige middelen tegen infecties.  Dat genezing na behandeling een toevalstreffer was,  laat zich raden.

De actualiteit wijst uit dat het medische specialisme van nu evenmin genezing garandeert. Het ene na het andere ziekenhuis haalt de pers in ongunstige zin.  Zou wel eens onderzocht willen zien hoe veilig en zeker cliënten en patiënten zich voelen op de drempel van willekeurig welk gezondheidscentrum of hospitaal.

Iets voor de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie van Wilna Wind?

Aan patiëntonzekerheid doet de verhitte discussie rond het Electronische Patiënten Dossier (EPD) weinig af.  Het klinkt in beginsel wel logisch en aantrekkelijk. Iedere arts voegt zijn of haar stukje ziektebehandeling toe en deelt mijn gegevens en de resultaten met andere artsen.  Maar iedere arts is ook maar een mens en mensen kunnen zich vergissen.  Wat het EPD extra bedenkelijk maakt is, dat uitgerekend  ziektekostenverzekeraars een verplichting willen stellen op aansluiting bij het dossier.   Waarom zo’n verplichting? Mijn gezondheidsgegevens op de electronische hackgevoelige snelweg. Mwah.

Wat is overigens de garantie dat medisch specialist A bereid is om zijn duur verworven kennis en ervaring te delen met specialist B.  Die net als hij een commercieel ZZP-er is in de gezondheidszorg. In de praktijk zou het best kunnen werken. Maar hoe zit het met de evaluatie?  En wie draait het systeem terug wanneer het ongezonde bijwerkingen blijkt te hebben.

Ziekenhuizen worden in toenemende mate verplicht om zich per kwaal te specialiseren,  met de bedoeling om de kosten van het zorgbudget te drukken. Maar specialisatie veroorzaakt ook schaarste, zegt de economische wetmatigheid, waarmee kosten worden opgedreven.

‘Zodat het tegendeel wordt bereikt’,  murmel ik tegen het plafond en het knuffelbeest dat mijn zoon zorgzaam naast mij heeft gelegd.  Ze zeggen niets terug.  Ikzelf neem nog maar handje hartversterkende Vitamine C.  Ondanks alle medisch bestuurlijke makke ben ik wát opgelucht dat ik nu niet naar de Jaarmarkt hoef, voor het Toverelixer van Dokter Pijnloos.

 

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*