Kan het weer net als vroeger?

‘Wat voor weer zou het zijn in Den Haag?’. Cabaretière Conny Stuart vroeg het zich af in een lied uit 1966. Op tekst van Annie Schmidt en muziek van Harrie Bannink. Waar zou Stuart dat jaar haar zomer hebben doorgebracht? Op Vlieland misschien of in de Achterhoek, Bruinisse, Noordwijk?

Toen, vijfenveertig jaar geleden, stond het KNMI ook al in De Bilt. De ‘televisieweerman’ van toen, was een hand die zonnetjes tekende, regenbuitjes en windblaasjes.

Het was de tijd dat de boer nog aan de lucht, barometer en opgestoken wijsvinger kon zien, welke (preventieve) handelingen hem te velde te wachten stonden. 

In 1966 bevond het KNMI zich in het hart van de ‘regenmeettermijn’ die, zo weten we nu, zou verlopen tussen 1951 en 1980.  De meetperiode die daarop volgde, die tussen 1981 en 2010, lijkt véél korter maar heeft toch eveneens 29 jaar geduurd. Wat is er véél en veel te snel veranderd, zoals het weer zelf.

In de afgelopen drie decennia heeft het KNMI geconstateerd dat ons typische Hollandse weer wordt gemanipuleerd, of liever misvormd. Aanleiding, zo is vrijwel unaniem de mening, vormt een dagelijkse mondiale uitstoot van kooldioxide CO2, waarvan menselijke veelal economische activiteit oorzaak is. De aarde wordt ‘verwarmd’ zodat weer en klimaat zich steeds vreemder gedragen.

Zou de weersontwikkeling te visualiseren zijn, in combinatie met een sinds 1966 bijna ‘vertripelde’ wereldbevolking, het opgestookte oerwoud, vergiftiging van natuur en ingrijpende verandering van landelijke ruimte en eeuwenoude waterstromen? Of zou de schrik door dat beeld ons te hevig om het hart slaan.

Het KNMI heeft met het ingaan van de meteorologische herfst van 2011, de natste en donkerste zomerperiode van de afgelopen honderd jaar moeten afsluiten. De zomervakantie, onze uitrustperiode van zes weken is, spreekwoordelijk en letterlijk, in het water gevallen. Voor iedere scholier van noord tot zuid, ondanks de vakantiespreiding.

Verleden week verscheen in de Buijs Ballotzaal van het Biltse KNMI de BOS-atlas voor het Klimaat. Officieel in ontvangst genomen door de heer Joop Atsma, staatssecretaris van de wonderlijke ministriële combinatie van Infrastructuur en Milieu. Deze altas vormt de modernste loot aan de 19e eeuwse stam van de Groningse schoolmeester P.R. Bos.  De atlas biedt een publieksvriendelijke blik op de stand van klimaatzaken. Kort en goed: ‘Hoe staat het ervoor en wat staat ons te wachten’. Bedoeld voor gemeentebesturen, wooncorporaties, bouwondernemingen, agrariërs, telecomproviders, schadeverzekeraars en het waterschap en natuurlijk voor ons gewone Nederlanders. 

Zodat we met die wetenschap ons opnieuw kunnen aanpassen aan de inmiddels voortrazende weersontwikkelingen. Ongetwijfeld vindt het bedrijfsleven zijn voordeel in deze informatie. Kansen te over want de veranderingen wachten op niemand. Persoonlijk geef ik voorkeur aan een economie die groei en vooruitgang combineert met een optimale, veilige en oorspronkelijke staat van het klimaat. Een klimaat dat bestaanszekerheid biedt.

Zouden we nog terúg kunnen naar het weer van vroeger. Want als het klimaat door grenzeloos menselijk ingrijpen is vervormd en bedorven, dan kunnen we het toch ook in zijn oude luister herstellen? 

Wat voor weer het is in Den Haag? Laten we ‘Infrastructuur en Milieu’ eens vragen hoe de vlag er bij hangt.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*