‘Kernen’ zullen verdrinken in ‘Landsdelen’

Volgende week 4/5 februari geeft Provinciale Staten van Utrecht het eerste schot voor de boeg.  Zal ze in haar reactie op de plannen van het Rijk voor bestuurlijke samenvoeging met de provincies Noord-Holland en Flevoland, de huid duur verkopen? De afronding daarvan is gepland in 2015,  maar veel verder dan het tekentafel – stadium is Den Haag nog niet. Want ook de beide andere optionele fusanten in Haarlem en Lelystad beraden zich op kostbaar wisselgeld:  aardig ideetje die bestuurlijke schaalvergroting maar wat krijgen wij, als provinciale burgerij daarvoor terug? Hele procedures voor volksraadpleging zitten in de pen.

Weekje geleden werden ook in onze provincie Utrecht de provinciale ‘Kern met pit’ – prijzen uitgereikt.  Plaats van handeling: het 900-jarige Landgoed Oostbroek, de  geboorteplaats van het huidige De Bilt. Kern met Pit is een initiatief van de Koninklijke Nederlandse Heidemaatschappij, kortweg Heidemij, die dit jaar haar eigen feestje viert, want ze bestaat alweer 125 jaar.  In 1888 opgericht voor het ontwikkelen van landbouwgronden, het herbebossen van zandgronden en het scheppen van werkgelegenheid. ‘Versterken van de leefomgeving’ is al die jaren doelstelling gebleven. Duurzaamheid avant la lettre dus.

Sinds 1979 schrijft de Heidemij de oorkonde ‘Kern met Pit’ uit voor kleinschalige, kernachtige projecten. Motiveert bewoners, gemeentelijke overheden en plaatselijk (agrarisch) bedrijfsleven om korte lijnen met elkaar te onderhouden.  En juist in deze tijd dat een mondiale economische crisis het failliet van globalisering aantoont, komt de Nederlandse Rijksoverheid met het voorstel om provinciebesturen samen te voegen.  Een zoveelste poging om grip te krijgen op de bestuurskosten in ons land.  Nog zeer recent leek het ‘strootje trekken’ tussen de 12 provincies en de 25 waterschappen. Wie van de twee bestuurslagen zou er verdwijnen? De huidige regering doet het mes aan drie verschillende kanten snijden: samenvoeging van de provincies tot landsdelen,  sterk verminderen van het aantal waterschappen en het vergroten van de gemeenten tot minimaal 100.000 inwoners.

Was het toeval, dat scheidend Commissaris van de Koningin Robbertsen van Utrecht, aanwezig was bij de uitreiking van de Kern met Pit-trofee, waar hij refereerde aan de roemruchte geschiedenis van Landgoed Oostbroek. Dat werd negen eeuwen geleden gesticht door Benedictijner monniken. De heer Robbertsen zal na zijn pensioen niet worden opgevolgd.  Opmerkelijk genoeg, de discussie over de provinciale samenvoeging moet in Den Haag nog worden gevoerd, zal na hem een interim- Commissaris worden aangesteld.

Gedeputeerde Staten van Noord Holland voorzien dat behalve de inwoners van Noord-Holland, maatschappelijke organisaties, gemeenten en waterschappen hun stem laten horen over het Kabinetsvoornemen. Gedacht wordt aan een serie bijeenkomsten en een digitaal discussieplatform.  Commissaris Verbeek van Flevoland, pas 26 jaar provincie, is er geen voorstander van om met Noord Holland (lappendeken van 45 gemeenten) en Utrecht (26) in één grote bestuursbak terecht te komen. ‘Bestrijding van bestuurlijke bureaucratie’  is voor Flevoland (één Waterschap en zes grote gemeenten: Urk, Noordoostpolder, Lelystad, Dronten, Zeewolde en Almere), bepaald niét urgent.

En dan ons eigen Utrecht.  ‘Er zijn argumenten te over die haaks staan op moderne bestuurskundige abstracta voor zogenaamde vergroting van bestuurlijke efficiency’,  verwerpt historicus dr. Anne Doedens de volgens hem ongegronde samenvoegingsplannen van Binnenlandse Zaken. In maart 2013 verschijnt zijn ‘Canon van Utrecht in 50 vensters’  bij de WalburgPers.  ‘Men kapt niet ongestraft het verleden waarop ook huidige generaties bouwen af voor een modern construct? Moeten de inwoners van provincie Utrecht, notabene hét centrale gewest van Nederland, straks naar het excentrisch gelegen Haarlem? Of naar Lelystad, een stad die amper 50 jaar bestaat?’

‘Historisch bestuurlijke argumenten te over om tegen te stemmen,  vindt Doedens.  ‘Niet in de laatste plaats omdat het gewest Utrecht de allereerste grondwet kende van het land.  Wist je dat er al in 1085 sprake was van een officiële Hollands-Utrechtse grens. En Utrecht in de Middeleeuwen de feitelijke hoofdstad was?  Onze provincie manifesteerde zich al in 1375 als bestuurlijke eenheid. Volksinvloed, zwaar bevochten grenzen en grenspalen bij Hollandsche Rading, de geschiedenis van Dorestad (Wijk bij Duurstede), de dijken langs de Lek en het graven van de Vaartse Rijn: dit alles heeft het oude Sticht zijn eigen karakter gegeven.’

‘Qua vervoer was en is Utrecht als centrale spoorwegstad en kruispunt van snelwegen, dé draaispil van het land.  De zogeheten ‘Unie van Utrecht’, voorganger van onze moderne grondwet, is in Utrecht Domstad getekend, dus niet in Haarlem, laat staan Lelystad. Utrecht kent de oudste samenwerking op waterstaatkundig gebied waardoor vervoer en ontginning werden bevorderd.  En de historisch- defensief zo vermaarde Hollandse Waterlinie draaide vooral om Utrecht’.

Een paar maanden geleden nog maar bleek opnieuw hoe funest bestuurlijke schaalvergrotingen kunnen uitpakken: het voortgezet en hoger onderwijs heeft heel dure lessen geleerd.  Giganten als de Amarantis Onderwijsgroep en Zadkine Zuid Holland hebben ten koste van immense verspilde bedragen en de belangen van duizenden leerlingen, moeten terugkeren naar de voormalige situatie. Een situatie die ooit een normale was maar die nu ‘kleinschalig’ heet of kernachtig.

Je zóu toch mogen verwachten dat een rijksbestuur op bezuinigingsjacht zich in het vervolg het financieel duurzame belang realiseert van korte lijnen, persoonlijke contacten, sociaal- maatschappelijke betrokkenheid, inzichtelijkheid, zelfwerkzaamheid en verantwoordelijkheid van de burger. Deze veronderstelling is mijn bijdrage op afstand aan de provinciale bestuursdiscussie van begin volgende week. Met mijn persoonlijke groeten aan de daarbij aanwezige minister van Binnenlandse Zaken.

 

 

 

 

 

 

One Reactie

  1. John Steegh
    Geplaatst 1 februari 2013 om 21:24 | Permalink

    Veroniek,
    Het doet me deugd dat we het op dit punt kennelijk eens zijn. Het efficiency-argument is inmiddels zó vaak misbruikt, dat je zou mogen verwachten dat wie het opnieuw in de strijd werpt met pek en veren de stad uitgejaagd zou worden, maar nee, we blijven in dit onzin geloven.
    Alleen: hoeveel krediet hebben de zittende bestuurders van deze provincie, en daarmee (feitelijk) deze provincie, bij hun/zijn eigen inwoners? Gaat door gebrek aan vertrouwen het Haagse argument toch weer de overhand winnen, bij gebrek aan vertrouwen dat de ‘eigen’ mensen ook echt ‘eigen’ zijn, voor de belangen en gevoelens van de ‘eigen’ mensen staan? Hoe vaak en hoe lang hebben deze provinciemensen niet zelf het ‘efficiency’-argument misbruikt voor allerlei ‘hervormingen’? Wie gelooft hen en steunt hen nog nu ze voor ‘eigen hachje’ vechten? Is dat niet het wezenlijke probleem, eerder dan de vraag of Den Haag / Plasterk gelijk heeft?

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*