LEGO: ook al niet meer wat het was

Vandaag doe ik de lego van mijn zoon weg. Mijn zoon die zelf nog heel jong is, pas 9 jaar. Hij had door de jaren heen een flinke hoeveelheid lego gekregen: poppetjes, vliegtuigjes, autootjes. Zo’n doos met drie verschillende bouwmogelijkheden. Mijn zoon was altijd wel blij, als hij op een verjaardag een doosje met daarin ‘een politieagent op motor’, had gekregen. Mét bijgevoegde handleiding waarmee hij het geheel in sneltreinvaart in elkaar wist te zetten. Waarna het resultaat in een hoek verdween en weer even snel werd vergeten. Door de jaren heen werd de hoek met vergeten legoresultaten almaar groter en stoffiger. Er braken stukjes af, die zo minuscuul waren, dat ze ongezien en ongehoord in de stofzuiger verdwenen.

Mijn eigen verleden met lego indachtig, deed ik een poging om zo’n  ‘brug van een slotgracht uit de middeleeuwen’ en een ‘helicopter’ weer úit elkaar te halen, zodat ze opnieuw in elkaar gezet zouden kunnen worden. Die pogingen moest ik halverwege staken. Enerzijds omdat  de stukjes zó klein en smal waren, dat ik ze zelf niet eens meer ‘los’ kreeg. Een paar kinderhandjes zou daarin al helemaal niet kunnen slagen. Anderzijds omdat mét de afronding van de bouw, de belangstelling van het kind was verdwenen. Het was  ‘af’ en dat was dat.

Waarna ik moest concluderen dat het Lego van tegenwoordig helemaal niet bedoeld is voor hergebruik. Laat staan voor creatief bouwen.  Want, hoezo handleiding? In mijn tijd was er een kist vol handzame legoblokjes in basiskleuren, met daarbij zo’n groot rood legoblad. Daarop bouwde je wat er in je opkwam:  een toren, een huisje, met raampjes, want er bestonden doorzichtige blokjes.  Je construeerde je eigen auto, want wieltjes waren er toen ook al. En na af loop brak je alles gewoon weer af, het waren stevige blokken, en die gingen vervolgens samen in één grote kist. Dat kon want alles paste altijd bij alles. Moderne lego moet ‘strikt apart’ worden gehouden. Terug in de oorspronkelijke doos. Want ben je een stukkie kwijt, dan zal het eindresultaat nooit meer ‘compleet’ zijn.

Ikzelf zal maar een paar dingen bewaren van de legoverzameling van mijn zoon. De enige dingen waar  hij écht mee heeft gespeeld en die nog wel eens voor herbouw in aanmerking kúnnen komen. Waaronder een treinstation en een heus politiebureau met aangebouwde oprit én benzinepomp. Hebben kapitalen gekost en zijn voor hem aangeschaft door (peet)ooms-en-tantes. Wat ik ook voor later zal bewaren is een plastic huishouddoos, met daarin de ‘gewone’ legoblokken in de basiskleuren. Die heb ik voor hem gekocht toen hij de Duplo begon te ontgroeien. Die twee grote plastic bakken vol Duplo had ik bij zijn geboorte van mijn zus te leen gekregen. Zodat ik het niet zelf hoefde aan te schaffen. Die Duplo is inmiddels in zijn geheel naar haar teruggekeerd.

De moderne legoresultaten van mijn zoon zal ik niet bewaren. Want hij kan er niks meer mee, maar hééft er ook niks mee. De tijd van vliegtuigjes en autootjes ligt nu al ver achter hem. Zijn opgebruikte lego staat in de auto om weg te brengen. Maar waarheen? De Emmaus, of de tweedehands speelgoedwinkel? Ik vraag me af of ik wel iemand blij maak met mijn keurig dichtgeplakte legodozen met heel- en halfafgemaakte inhoud.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*