Maatschappelijk verantwoorde gemeente

Over drie dagen moet ik stemmen. Ik zou eigenlijk niet weten op wat of op wie. Als ik ervoor kies om te gaan stemmen, dan dien ik, want zo staat dat in de wet, een rondje rood te kleuren voor de naam van een willekeurige man of vrouw op de kieslijst.

Als ik op één persoon stem, dan krijg ik de hele partij erbij, inclusief het partijprogramma. Daar is geen discussie over, of dat me bevalt of niet. Als ik stem op een partij die ook een landelijke vertegenwoordiging heeft, dan ben ik direct gebonden aan een landelijk partijprogramma. Of me dat bevalt of niet. Ook wanneer dat programma mijn gemeente helemaal niet past.

Stem ik op een gemeentelijke partij, die wel bij uitstek het ‘gemeentelijke belang’ voor ogen heeft, dan is de kans groot , dat die bij gebrek aan een democratische meerderheid buiten de coalitie valt.

Wij gemeentelijke kiezers hebben momenteel de botte pech, dat het landelijke bestuur, recent door onvermogen gevallen,  zich desondanks en uit gewoonte gaat bemoeien met het verloop van de gemeentelijke verkiezingen.  Omdat die, zoals dat veelzeggend heet, ‘een opmaat zijn voor de landelijke verkiezingen’.

Mijn gemeente heeft circa 40.000 inwoners, waarvan  ongeveer twee derde stemgerechtigd. Er vechten acht partijen, waarvan zeven vanuit een landelijke koepel, om circa 30.000 stemmen.  Opiniepeilers hebben in de landelijke media al voorspeld dat de opkomst niet groot zal zijn.  Zo rond de 40 procent.  Men weet dus nu al, dat het electoraat weinig heil zal verwachten van de gemeenteraadsverkiezingen. Vraagt men zich ooit af  wat de reden daarvan is?

Ik kan er wel eentje bedenken.  De veel te grote invloed van de helaas onpersoonlijke landelijke politici,  die door de landelijke en regionale media wel ruim wordt uitgemeten. Met als risico dat de kiezers de raadsverkiezingen laten voor wat ze zijn, want op 9 juni moeten ze alwéér.  Landelijke en gemeentelijke verkiezingen  worden beschouwd als ‘lood om oud ijzer.’

Dat kan niet de bedoeling zijn.  Want een gekend gemeentebestuur kan zoveel meerwaarde geven, zeker in een relatief kleine gemeente als de mijne. Persoonlijk vind ik het frappant dat dorpsbewoners en soms gaat het zelfs om rechtstreekse buren, zodra het om ‘politiek’ gaat,  plotseling de landelijk voorgeschreven stellingen betrekken. En zodoende barrières bouwen die het uiteindelijke belang van de gemeente en de bewoners helemaal geen goed zullen doen.

Ik vind het verbazend dat een voorstel tot inhoudelijke toenadering tussen zogenaamd ‘rechtse’ en ‘linkse’ partijen zelfs in deze kleine gemeente wordt beschouwd als ‘vloeken in de kerk’. Dat Tweede Kamerlid Ton Elias voor zijn eigen parochie van de VVD komt preken en Haags SP-collega Paulus Jansen voor zijn eigen plaatselijke achterban.

Dat kiezers van de ene partij niet benieuwd zijn naar wat een vertegenwoordiger van een andere stroming te melden heeft. Dat een stem voor een zogenaamd rechtse partij, door ‘links’ consequent wordt uitgelegd als een stem vóór het bedrijfsleven en dus tégen dat de belangen van werknemers, natuurbehoud of welzijn. En andersom natuurlijk.

Ik kan me slecht voorstellen dat die onderlinge desinteresse tijdens de verkiezingscampagnes, na de verkiezingen en in de Raad zal veranderen in onderlinge betrokkenheid. Zodat een ieder ook daar zijn eigen stokpaardjes blijft berijden. Politiek gezichtsverlies ligt immers voortdurend op de loer.

Ben ik nu zo naïef dat ik vind, dat gemeentebestuurders moeten ophouden met denken en werken vanuit vooringenomen, veelal van boven opgelegde, extreme ‘politieke stellingen’.  Om vanaf nu het gesprek te openen vanuit de thema’s waar het in een gemeente om draait. Dus de gezamenlijke zorg voor gezondheid en welzijn, arbeid, onderwijs, huisvesting, veiligheid, recreatie, cultuur.  Met open vizier aansturen op een duurzame, betaalbare en vooral maatschappelijk verantwoorde gemeente.

Pas als de bewoners van mijn gemeente zich herkennen in en vertegenwoordigd voelen door hun eigen bestuurders zullen ze bereid zijn om mee richting te geven aan hún bestuur.  Je kunt pas kiezen als je wat te kiezen hebt en je wilt pas kiezen als je je daartoe uitgenodigd voelt. Dat weet ik want ik woon hier zelf.

2 Reacties