Poppies en portretten

‘Jeugd ziet meer in viering 5 mei’.  Dat is het kennelijke resultaat van het gisteren verschenen ‘Vrijheidsonderzoek’ door het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Daarin lees ik tegelijkertijd, dat jongeren minder zien in Dodenherdenking. 

Volgend jaar 2010 zal het  65 jaar geleden zijn dat voor Nederland de Tweede Wereldoorlog werd beëindigd.  Jammergenoeg lijkt het er een beetje op dat onze traditionele  Herdenkingsdag 4 Mei aan vergrijzing onderhevig is en met pensioen mag.

De Nationale Federatieve Raad van het Voormalig Verzet heeft besloten zich, bij toenemend gebrek aan leden (een terugloop van duizenden naar 400 leden) op die datum op te heffen.

‘Hoewel Dodenherdenking belangrijk wordt gevonden, hechten jongeren persoonlijk meer waarde aan Bevrijdingsdag (..) ook omdat dan de betekenis van vrijheid wordt gevierd’, aldus woordvoerder Coromandel Brombacher van het Nationaal Comité vandaag in mijn ochtendblad.  

Heeft dit onderzoek tot gevolg dat Dodenherdenking zich op een hellend vlak bevindt, omdat de generaties van na ’45 liever de betekenis van vrijheid willen vieren? En wat is dat dan: ‘de betekenis van vrijheid’. Is het geen voorwaarde om daarbij ook te weten wat ‘onvrijheid’ inhoudt? 

Al lange tijd heb ik mij afgevraagd wat toch de betekenis ervan is, dat heel publiek Engeland bij tijd en wijle getooid is met een rode bloem op het rever. Verleden week was ik in West Vlaanderen en nu weet ik het. De bloem betreft een ‘poppie’ of  klaproos.  Die poppie staat symbool voor de herdenking van de gevallenen in de ‘Grote Oorlog’.  Zo wordt in Frankrijk, het Britse Gemenebest en ook België de Eerste Wereldoorlog genoemd. Een smerige oorlog die miljoenen piepjonge en oudere militairen en burgers het leven heeft gekost en Nederland gelukkig bespaard is gebleven. 

Het woord poppie is afkomstig uit het  gedicht ‘In Flanders’ Fields’ van de in 1918  omgekomen 45 jarige Canadese legerarts en dichter John McCrae.  Op de Vlaamse slagvelden schoten tussen de graven van zijn omgekomen kameraden,  plotseling  klaprozen op. 

‘In Flanders’ Fields the Poppies blow, between the crosses row on row.’ 

Deze klaprozen en de Eerste Wereldoorlog zijn in de landen die erin betrokken waren nog steeds zeer actueel. Naar verluid neemt de belangstelling voor het Vlaamse oorlogsfront juist bij Nederlanders sterk toe. Bussen vol Vlaamse en Waalse schooljeugd en Britse en Australische toeristen worden langs de gerestaureerde loopgraven en prachtig ingerichte en onderhouden geallieerde én Duitse oorlogskerkhoven gevoerd.  

Daar worden in herinneringscentra de dienstfoto’s getoond van een 17- jarige ‘snotneus’, die in 1916, op zoek naar avontuur, aanmonstert in het Britse leger en een paar weken later stikt in het mosterdgas van de vijand. Van een pas veertienjarig Duits ventje dat de vredesmaand november 1918 niet zal halen. Over de omstandigheden waaronder hij is gestorven denk ik liever maar niet na. In Vlaanderen 2009 staan pubers ademloos te luisteren naar hun gids, terwijl ze een schoolproject over deze oorlog uitwerken. 

In Groot Brittannië en in Australië zouden nog WO-I veteranen in leven zijn. In Frankrijk zijn verleden jaar twee van hen overleden, bijna 110 jaar oud.  Toch bestaat geenszins discussie, om de herdenking van de gevallenen van de Grote Oorlog te beëindigen zodra alle oudstrijders  zijn gestorven. Het einde van WOI is inmiddels 90 jaar geleden. 

Wanneer het over ‘onze’  Tweede Wereldoorlog gaat, dan lijken de ogen meestentijds  gericht op oud-verzetsstrijders,  Joodse slachtoffers  en voormalig-geïnterneerden van de Japanse kampen. Veelzeggend is dat het Ereveld op de Grebbeberg met Nederlandse soldaten die sneuvelden in de meidagen van 1940,  mij tot dusver onbekend was.  Een aantal van die soldaten had zijn commandopost in ons eigen De Bilt. Ook dat was me niet bekend.  De Bilt kent volgens een herdenkingssite vele gevallenen. Hun namen staan geschreven op het monument bij het gemeentehuis Jagtlust. Vanavond 4 mei en in augustus worden ze traditioneel herdacht.  

Dodenherdenking zou, zo stelt het Nationale Vrijheidsonderzoek, door jongeren als ‘maatschappelijk belangrijk’ worden gezien, terwijl er meer ‘persoonlijke’ betrokkenheid is bij Bevrijdingsdag. Daarmee lijkt  het moment gekomen om erover na te denken hoe Nederlandse en dus ook Biltse jongeren zich opnieuw persoonlijk betrokken kunnen voelen bij   de Herdenkingsdag voor de gevallenen van 70 jaar geleden.  

Het portret van een gesneuvelde leeftijdsgenoot  kan al zoveel meer indruk maken dan alleen een in steen gebeitelde naam uit 1940.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*