Zakt De Bilt door z’n lifescience-as?

Citaat: ‘Met het voorgenomen vertrek van het RIVM naar de Uithof ontstaat binnen de bestaande bebouwingsstructuur (…….) ruimte voor nieuwe instellingen en bedrijven.’ Aldus B&W van De Bilt eufemisch in hun verleden week gepresenteerde Structuurnota 2030. 

Een toekomstvisie die een weids en optimistisch beeld verstrekt over het het reilen en zeilen van de komende 18 jaren in de zes kernen. Maar waarin met het wisselen der seizoenen én gemeenteraadsinvullingen nog wel gegumd en hertekend gaat worden. Over de toekomst van het aanstaandvacante RIVM terrein is veel geheimzinnigheid en bestaat nog louter hoop dat het ‘bouwterrein’ zich niet tot ‘braakland’ zal ontwikkelen.

De stuctuurnota, een voorschot op de toekomst, neemt voor het gemak, de RIVM-gebouwen nog even mee als onderdeel van de Biltse Lifescience-as. Het instituut staat in 2013 alweer 60 jaar op z’n huidige plek. De realiteit is evenwel, dat de voorgenomen verhuizing naar de Utrechtse Uithof, drie jaar boven de markt hangt. 

Met het werktempo van Den Haag zal de termijn tussen de verhuisaankondiging en het lintknippen het decennium wel voltooien: RIVM en het verantwoordelijke Ministerie van VWS verwachten dat de volledige oversteek niet voor 2018 gemaakt is. Ter plekke moet nog het één en ander gebouwd en gegraven (parkeergarage?) worden. Pas eind februari jl. is de erfpacht van de betreffende bouwlocatie afgekocht.

De Biltse Structuurnota 2030 beziet de toekomst opgewekt: ‘Er ontstaat ruimte voor bedrijven’. Dat is, zodra de Rijksoverheid het terrein vacant verklaart. Nog maar anderhalf jaar geleden hoopte burgemeester Arjen Gerritsen op grond van een ronduit aantrekkelijk hervestigingsplan, het RIVM tot blijven te kunnen bewegen. Bevreesd als hij was voor een rafelige niche in zijn zo gewenste volwassen lifescience-as tussen KNMI en Bronkhorstlaan.

Helaas zagen VVD-minister Schippers (en haar ambtenaren) geen brood in het concept- Sciencepark Bilthoven van haar partijgenoot. De ondergrondse warmtekoudeopslaginstallatie, in 2008 nog splinternieuw, evenals het ‘Spronklaboratorium’, waren tot voor kort nog aan te merken als kapitaalvernietiging. Maar die zijn in 2018, als het RIVM werkelijk weg is, ook wel afgeschreven.  En wat laten Rijk en Provincie dan nog achter voor De Bilt, behalve ‘de schillen en de doozen’.  Niet te vergeten dat de buur van het RIVM, het eveneens Rijksplanbureau voor de Leefomgeving een nogal bezuinigingsgevoelig imago heeft.  

Het gemeentebestuur is naar verluid ‘ in gesprek’ met Rijk, Provincie en RIVM zelf. Zullen de Minister van VWS en Commissaris Robbertsen van Provincie Utrecht aan De Bilt een compensatie bieden, daar waar ze gaten laten vallen? Over inhoud en tendens wordt, door de reeds vele maanden overleggende gremia, luidruchtig gezwegen.  Zelfs afrondingstermijnen worden niet verstrekt. ‘t Is de vraag in hoeverre vertegenwoordigers van de Biltse politiek betrokken zijn bij de planvorming en noodzakelijke financiering.

Zeer onlangs heeft zich een voorzitterswissel voltrokken bij de Biltse Ondernemers Federatie. Strategisch adviseur Lammert de Vries, de grote voortrekker van de  ‘Economische Inrichting van De Bilt’  is opgevolgd door gepensioneerd textielspecialist Theo van der Lugt. Die meteen op Jagtlust liet aantekenen dat de bestaande bedrijventerreinen in de gemeente niet toereikend zijn voor huisvesting van lokale Biltse bedrijven. Is het RIVM-terrein misschien een optie? En aan welk type bedrijfsleven en daarbij benodigde infrastructuur is dan het denken?  Tóch een idee om de vertegenwoordigers van het plaatselijke bedrijfsleven meteen maar uit te nodigen bij de onderhandelingen, die momenteel wel een heel hoog overheidsgehalte hebben.

Reageer

Your email is never shared. Verpluchte velden zijn gemarkeerd *

*
*